Welke stappen moeten ondernomen worden door overheid en industrie?

Uit onderzoek blijkt dat een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 80% - 90% tegen 2050 mogelijk is en zelfs kan samengaan met een snelle uitstap uit de kernenergie en een drastische beperking van het gebruik van (de erg vervuilende) steenkool. Dit kan op twee voorwaarden: in 2050 moet 50% van de energie op deze wereld afkomstig zijn van hernieuwbare energiebronnen en moeten we bijna de helft van onze energie besparen door middel van maatregelen op het vlak van energie-efficiëntie.

Om deze 80% - 90% te kunnen bereiken kunnen we niet enkel vertrouwen op de goede wil van de burger, maar moet er, zoals eerder aangegeven een wettelijk kader aanwezig zijn. Hier volgen enkele voorbeelden van mogelijkheden en stappen die door de overheid en industrie genomen kunnen worden:

• De Belgische regering kan een verplichte minimum efficiëntienorm van 25 lumen per watt invoeren voor lampen. Dat zou het einde betekenen van de gloeilamp en de minst efficiënte halogeenlampen. In Australië en Canada is dit reeds het geval, waar tegen 2012 de gloeilamp definitief tot de verleden tijd moet behoren.
(http://www.weerdepeer.be)

• Het energiegebruik in de transportsector kan drastisch omlaag door veel meer in te zetten op openbaar vervoer, goederentransport via spoor en water en transportstromen sturen met een slimme ruimtelijke ordening. Verder willen we dat onze wagens op korte termijn dubbel zo zuinig worden als nu het geval is. De technologie is er, maar ze moet worden toegepast.
(http://bblv.be/theme.php/3/visie#REG)

• Van gebouwen weten we uit ervaring dat je door correct te isoleren en te ventileren, 50 tot 70% kunt besparen op verwarming. Bij verregaande renovatie van gebouwen is zelfs 90% haalbaar.
(http://bblv.be/theme.php/3/visie#REG)

• In de gecentraliseerde energieproductie willen we een veel grotere inzet van warmtekrachtkoppeling, waarbij de restwarmte van elektriciteitsproductie nuttig wordt gebruikt. Deze warmte op lage temperatuur is bijvoorbeeld geschikt voor wijk- of stadsverwarmingsnetten zoals in de centrale aan de Ham in Gent gebeurt.

• Meer gedecentraliseerde productie, in kleinere centrales, vergroot die mogelijkheden nog. Tegelijk verminderen de transportverliezen in hoogspanningsnetten, hebben we minder hoogspanningsleidingen nodig, verkleint het risico op grote stroompannes en kan flexibeler worden ingespeeld op de vraag naar stroom en op de meer weersgebonden stroomproductie op basis van zon, wind en water.
(http://bblv.be/theme.php/3/visie#REG)

• De omschakeling van bestaande energieproductie naar een energievoorziening gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen. In België leveren de zon in de vorm van zonne-instraling, wind, neerslag, biomassa, golfslag en getijden, voldoende energie om ruim veertig keer het volledige huidige Belgische energieverbruik te dekken, de uitdaging is om die zonne-energie ook om te zetten in voor ons bruikbare energie. Op korte termijn zien we het grootste potentieel in wind en biomassa. Op langere termijn zullen zonnewarmte en -stroom het belangrijkste aandeel voor hun rekening nemen.
(http://bblv.be/theme.php/3/visie)

• In afwachting daarvan kunnen we zeer veel CO2 besparen door de verouderde steenkoolcentrales te vervangen door efficiënte gascentrales. Dit zal ons niet alleen winst voor het klimaat opleveren, maar ook veel voordelen voor de luchtkwaliteit.

• Kernenergie is geen oplossing voor de klimaatverandering. De risico’s op catastrofes, proliferatie van kernwapens en het onopgeloste afvalprobleem maken kernenergie niet verzoenbaar met duurzame ontwikkeling. In België moet de uitstap uitde kernenergie dan ook onverkort worden uitgevoerd.
(http://bblv.be/theme.php/3/visie)

• De landbouwsector neemt ongeveer 7% van de Belgische uitstoot aan broeikasgassen voor haar rekening. Ook hier is dus een verdere verbetering van de energie-efficiëntie nodig, bijvoorbeeld Kleinschalige warmtekrachtkoppeling (dit is de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit ). Daarnaast kan de landbouwsector een belangrijke bijdrage leveren door minder aan intensieve akkerbouw en veeteelt te doen. Die zijn vandaag de grootste bronnen van methaan en lachgas, die veel sterkere broeikasgassen zijn dan CO2.
(http://bblv.be/theme.php/3/visie)